De commode is een meubelstuk dat al eeuwenlang een vaste plaats in het interieur heeft. Tegenwoordig kennen we de commode vooral als een lage kast met laden, maar door de geschiedenis heen heeft het meubel veel verschillende vormen gekend. Er zijn commodes met uitsluitend laden, maar ook modellen waarin laden worden gecombineerd met deuren en kastruimte.
De geschiedenis van de commode begint aan het begin van de 18e eeuw. Vanuit de traditionele kist en kast ontwikkelde zich een meubel dat niet alleen praktisch was, maar ook steeds meer een onderdeel werd van de meubelkunst. Vooral in de 18e en 19e eeuw veranderde de vormgeving regelmatig onder invloed van de verschillende meubelstijlen.
De begrippen commode en ladekast worden tegenwoordig vaak door elkaar gebruikt. Toch is er een klein verschil.
Een ladekast is een kast die in principe volledig uit laden bestaat. De naam verwijst dus vooral naar de indeling van het meubel. Een commode is een ruimer begrip: dit is een lage opbergkast die zowel uit laden als uit deuren kan bestaan.
Een commode kan dus een ladekast zijn, maar een kast met bijvoorbeeld twee deuren en enkele laden noemen we doorgaans wel een commode en geen ladekast. Vooral bij klassieke en landelijke meubelen komen combinaties van laden en deuren veel voor.
Voordat de commode ontstond, werden kleding en andere persoonlijke bezittingen voornamelijk bewaard in kisten en kasten. Een kist bood veel bergruimte, maar had als nadeel dat spullen vaak op elkaar moesten worden gelegd. Naarmate de behoefte aan overzichtelijker opbergen toenam, werden laden een steeds belangrijker onderdeel van meubels.
Aan het begin van de 18e eeuw ontstonden hierdoor de eerste meubels die we als commodes kunnen herkennen. Het waren lage en brede kasten waarin meerdere laden boven elkaar werden aangebracht.
De naam commode is afkomstig uit het Frans en betekent zoveel als gemakkelijk, handig of comfortabel. De benaming sluit goed aan bij de praktische functie van het meubel: door de laden konden kleding en andere bezittingen overzichtelijk worden opgeborgen en gemakkelijk worden teruggevonden.
De eerste commodes waren echter lang niet voor iedereen bereikbaar. Ze werden vooral gemaakt voor de adel en de welgestelde burgerij en konden bijzonder rijk worden uitgevoerd.
In de eerste helft van de 18e eeuw ontwikkelde de commode zich tot een belangrijk meubelstuk binnen de barokke en later rococo-interieurs. Het meubel kreeg in deze periode een veel sierlijker karakter.
Vooral gebogen vormen waren populair. Het front van een commode kon naar voren en naar achteren gebogen zijn, waardoor een golvend oppervlak ontstond. Een sterk bol gebogen uitvoering wordt vaak aangeduid als bombé. Ook afgeronde hoeken, gebogen poten en sierlijke beslagstukken waren kenmerkend.
Bij kostbare commodes werd veel aandacht besteed aan de keuze en verwerking van het hout. Notenhout was een geliefd materiaal, maar ook verschillende fruitboomsoorten werden gebruikt. Fineer werd zorgvuldig geselecteerd en verwerkt in decoratieve patronen.
In Oostenrijk ontwikkelde zich tijdens het bewind van keizerin Maria Theresia een karakteristieke rococo. De meubelen werden verfijnder en sierlijker, waarbij vorm, materiaal en afwerking nauw met elkaar verbonden waren.
Een commode was in deze periode dan ook niet alleen een praktisch opbergmeubel. Het was tevens een meubelstuk waarmee rijkdom, smaak en vakmanschap konden worden uitgedragen.
Aan het einde van de 18e eeuw veranderde de smaak. De uitbundigheid van de barok en rococo maakte geleidelijk plaats voor meer ingetogen vormen. Het neoclassicisme bracht strakkere lijnen en een grotere nadruk op symmetrie en evenwicht.
Deze ontwikkeling zette zich in de eerste helft van de 19e eeuw voort in de Biedermeierperiode. De Biedermeierstijl wordt vooral geassocieerd met de burgerlijke wooncultuur en bracht een veel rustiger meubelbeeld.
Ook de commode werd eenvoudiger van vorm. Overdadige ornamenten verdwenen grotendeels en de natuurlijke schoonheid van het hout kwam meer op de voorgrond. Kersenhout, berkenhout en notenhout werden veel toegepast en de houttekening werd vaak bewust onderdeel van het ontwerp.
In deze periode werd de commode steeds meer een alledaags meubelstuk. Het was niet langer uitsluitend een pronkmeubel, maar vooral een praktisch meubel voor het dagelijks leven.
De kwaliteit van een Biedermeier-commode zat juist in de verhoudingen, de constructie, het materiaal en de afwerking.
Louis Philippe – de overgang naar de tweede helft van de 19e eeuw
Na de Biedermeierperiode ontstond in de meubelkunst een stijl waarin de rustige en evenwichtige vormen van het Biedermeier werden gecombineerd met wat meer sierlijke en gebogen elementen. Deze stijl staat bekend als de Louis Philippe-stijl.
De Louis Philippe-stijl vormt daarmee een interessante overgang tussen het ingetogen Biedermeier en de meer decoratieve meubelstijlen die later in de 19e eeuw tot ontwikkeling kwamen. In Duitsland wordt Louis Philippe ook als een zelfstandige meubelstijl aangeduid. De stijlperiode wordt vaak ruim opgevat en loopt in sommige Duitse meubeltradities door tot in de tweede helft van de 19e eeuw.
Kenmerkend zijn de zachtere lijnen, afgeronde vormen, gebogen poten en iets rijkere profileringen. De meubelen kregen daardoor meer beweging, zonder meteen de uitbundigheid van de latere Gründerzeit te hebben. Ook houtsnijwerk en gedraaide of gebogen elementen konden worden toegepast.
Bij commodes is het verschil goed herkenbaar. Waar een Biedermeier-commode vaak wordt gekenmerkt door een rustige, rechte vormgeving waarbij de houttekening een belangrijke rol speelt, kan een Louis Philippe-commode juist opvallende gebogen poten, afgeronde vormen en decoratieve details hebben.
De stijl bleef bovendien sterk verbonden met degelijk houten meubelwerk. Hierdoor zijn veel Louis Philippe-commodes robuust gebouwd en tegelijkertijd verfijnd van uitstraling.
De overgang naar de Gründerzeit verliep overigens niet abrupt. Meubelstijlen liepen in elkaar over en ook in Duitsland werden meubels gemaakt waarin kenmerken van verschillende perioden samenkwamen. Daardoor is bij antieke commodes niet altijd één stijlkenmerk bepalend.
Gründerzeit en historisme
Vanaf ongeveer het midden van de 19e eeuw veranderde de meubelwereld opnieuw sterk. De industrialisatie maakte het mogelijk om meubels op grotere schaal te produceren. Tegelijkertijd ontstond een hernieuwde belangstelling voor historische stijlen.
Deze periode staat bekend als het historisme. Meubelmakers grepen terug op stijlen uit eerdere eeuwen en gebruikten elementen uit onder andere de renaissance, barok en rococo.
In Duitsland wordt een belangrijk deel van deze ontwikkeling verbonden met de Gründerzeit, die vooral vanaf de jaren 1870 zichtbaar werd. De meubels uit deze periode konden aanzienlijk zwaarder en imposanter zijn dan de relatief sobere Biedermeiermeubelen.
Ook commodes werden vaak voorzien van decoratieve elementen. Massief hout, houtsnijwerk, gedraaide onderdelen, panelen en rijk uitgevoerd beslag konden onderdeel zijn van het ontwerp.
Door de combinatie van industriële productiemethoden en historische voorbeelden ontstond een grote verscheidenheid aan meubelen. Sommige commodes waren duidelijk geïnspireerd op oudere stijlen, terwijl andere verschillende stijlelementen combineerden.
De ontwikkeling naar het moderne meubel
Aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw veranderde de meubelvormgeving opnieuw. De belangstelling voor historische stijlen nam geleidelijk af en nieuwe ontwerpstromingen dienden zich aan.
Toch bleef de basisvorm van de commode bestaan. De lage kast met laden was eenvoudigweg te praktisch om te verdwijnen. Alleen de vormgeving, materialen en afwerking veranderden mee met de smaak van de tijd.
Ook de functie bleef grotendeels hetzelfde. Laden boden een overzichtelijke manier om kleding, linnengoed en andere kleinere voorwerpen op te bergen, terwijl een commode met deuren geschikt was voor grotere spullen.
De commode in het interieur van vandaag
Ook tegenwoordig is de commode een veelzijdig meubel. Dankzij de relatief lage hoogte kan een commode gemakkelijk in verschillende ruimtes worden geplaatst.
In de slaapkamer biedt een commode ruimte voor kleding en linnengoed. In de woonkamer kan het meubel worden gebruikt voor servies, boeken of andere spullen. In de eetkamer is een commode praktisch voor serviesgoed, tafellinnen en bestek, terwijl een model met laden en deuren verschillende soorten opbergruimte combineert.
Ook in een hal kan een lage commode goed tot zijn recht komen. Het bovenblad biedt bovendien ruimte voor een lamp, spiegel, foto’s of decoratieve accessoires.
De grote variatie aan uitvoeringen maakt dat een commode binnen vrijwel iedere woonstijl kan worden toegepast. Een eenvoudig houten model past bijvoorbeeld uitstekend in een landelijk interieur, terwijl een rijk gedecoreerde commode juist een klassiek karakter kan geven.
Een meubel met een lange geschiedenis
De commode heeft in ruim drie eeuwen een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. Van een kostbaar meubel voor de adel en welgestelde burgerij groeide het uit tot een praktisch meubelstuk dat in allerlei huishoudens en interieurs voorkomt.
De verschillende stijlperioden hebben ieder hun eigen invloed gehad. De barok en rococo brachten sierlijke vormen en rijke decoratie, het neoclassicisme en Biedermeier zorgden voor meer rust en eenvoud, terwijl de 19e-eeuwse historische stijlen opnieuw voor meer decoratie en variatie zorgden.
Ondanks al deze veranderingen is de basis van de commode hetzelfde gebleven: een praktisch opbergmeubel dat functionaliteit combineert met de uitstraling van een meubelstuk.
Of het nu gaat om een klassieke commode, een landelijke houten commode of een eenvoudige ladekast met meerdere laden, het meubel heeft zijn plaats in het interieur al eeuwenlang bewezen.
Verschillende van de hierboven beschreven meubelstijlen kun je terugvinden op onze categoriepagina commodes.